Waarschuwingslampjes

Moderne voertuigen kunnen al hun systemen zelf checken en geven daarna precies aan wat er nodig is. Toch geven de voertuigen wanneer er echt iets fout is nog altijd de "ouderwetse" waarschuwingslampjes. Het zou voor iedereen met een rijbewijs duidelijk moeten zijn wat te doen bij welk lampje. Toch wordt dit hier nogmaals toegelicht ook omdat het handelen voor ons soms verschilt met het handelen als particulier.

Rood lampje

Bij een rood lampje is het zaak om ONMIDDELIJK het voertuig te stoppen. Mocht je klanten in het voertuig hebben, leg uit dat de auto een storing heeft en je het gaat onderzoeken. Zorg dat je veilig staat en dat je in het geval van stoppen op de snelweg samen met mogelijke klanten achter de vangreel gaat staan.

Wanneer je veilig bent gestopt, je de mogelijke klanten hebt verwittigt over het probleem en iedereen veilig staat, is het zaak om de direct de planning te bellen. De planning zal het vanaf daar overnemen en verder coördineren daar waar nodig. Hieronder valt ook het regelen van vervangend vervoer daar waar nodig.

Oranje/geel lampje

Bij een oranje/geel lampje laat het voertuig weten dat er iets gecontroleerd dient te worden, maar het niet direct haast heeft. Brand dit lampje voor je dienst al, check dan even op het meldingen formulier of het al gemeld is. Is dit niet het geval, zit je al in de auto of twijfel je toch: bel dan de planning.

Ben je al onderweg en gaat er een oranje/geel lampje branden, rij gewoon verder naar de bestemming en bel dan de planning. De planning zal je vertellen wat te doen.